
Nieuws & publicaties
Open venster op DE GULDEN PASSER GLB
Vanuit onze loge-geschiedenis is openheid essentieel om belangstellenden uit te nodigen achter de schermen te kijken van wat vrijmetselarij vandaag kan betekenen in een chaotische, niet zelden geschonden wereldsamenleving.
Bij DE GULDEN PASSER GLB geloven wij in een zo open mogelijk maçonnieke werking. Wij willen ons niet afsluiten van de buitenwereld. Zeer zeker, onze overkoepelende organisatie, de Grootloge van België, en onze eigen loge, zijn 'besloten' organisaties. Daarbinnen werken wij met de voor ons karakteristieke gebruiken: ritualistiek en symboliek die een rijke historische wereld- en levensbeschouwelijke achtergrond hebben Toch sluit dit welkdanige geheimdoenerij uit. Onze vrijmetselarij is verbonden met de wereld, want die wereld is deel van onze vrijmetselarij. De door ons gebruikte rituelen en symbolen krijgen betekenis als zij betrokken zijn op wereld en mens. Wie ze los van de loge wil leren kennen, vindt er in de gespecialiseerde literatuur veel informatie over. Maar de spirituele beleving van een maçonniek rituaal en zijn symboliek blijft uitsluitend de zaak van de loge-arbeid. Toch is het ook ons doel om door nieuwsberichten en publicaties veel misverstanden over organisatie en werking van vrijmetselarij uit de wereld te helpen.
Met een breder, niet-maçonniek publiek wensen wij informatie te delen over maçonnieke activiteiten in en rond Antwerpen, belangrijke teksten van lezingen en mededelingen. Nieuws over onze obediëntie, de Grootloge van België, en berichten van internationale bevriende organisaties – zowel maçonniek als niet-maçonniek – staan ten dele open voor alle belangstellenden. Zij kunnen ons 'archief' -- het deel dat voor bezoekers open staat -- raadplegen. Wij hopen de bezoekers van onze website te kunnen inspireren in dezelfde mate dat wij betrachten ze te informeren. Wij zijn niet de enigen die zich beroepen op de kenspreuk van het in Antwerpen gevestigde Huis Plantin-Moretus, Labore et Constantia. Wij trachten dit parool zo goed mogelijk na te komen. Het is van bij de stichting van De Gulden Passer, Grootloge van België, in 1971, met onze loge-werkzaamheid verbonden.
Publicaties
Na het lezen van onze publicaties hopen we dat u zich aangesproken voelt, of op zijn minst dat u een beter inzicht heeft gekregen in onze doelstellingen, en in onze naar wereld en mens geopende blik. Een brug slaan tussen de rijke maçonnieke tradities en de hedendaagse samenleving, om zo tussen mensen wederzijds begrip en respect te bevorderen, dat beschouwen wij als onze missie.
De Duitse filosoof J. G. Fichte, vrijmetselaar, over vrijmetselarij
Johann Gottlieb Fichte (1762-1814)
‘Zestiende brief’ uit: Filosofie van de vrijmetselarij. Brieven aan Konstant
Philosophie der Maurerei. Briefe an Konstant (1802-1803). Nederlandse vertaling heruitgegeven bij Kvadrato, 2025 © vertaling Ronald Commers
Het is dus perfect mogelijk dat (…) een geheim onderricht, bewaard binnen een gesloten genootschap, tot stand kwam en tot in onze tijd doordrong. Welke waarde en betekenis zou dat allengs in de loop van de tijd tot stand gekomen onderricht kunnen hebben? Dat vraag ik me af, zowel in mijn als in jouw naam.
Moet het op de een of andere wijze de vrijheid en de ontwikkeling van het redelijk verstand aan banden leggen? Het vrije onderzoek door autoriteit verhinderen? Blind geloof opleggen? Ik roep onverschrokken en zo luid mogelijk, alle gevaar trotserend uit: laat dat ver, heel ver van de vrijmetselaar blijven. Hij die alle ketens van de autoriteit zou moeten afgelegd hebben, zou er moeten over waken dat hij zich niet in nieuwe ketens laat slaan. Laat hij die naar een zuiver menselijke vorming verlangt, en er overal naar streeft in de geest te leven, zich niet door nieuwe geleerde vertogen laten binden. En moge het genootschap dat wars is van korpsgeest, vermijden een gilde te worden! – Wat waren dan diegenen die de eerste kiemen van een mogelijk reeds aanwezig onderricht hebben gezaaid, en die het later verder uitbouwden, perfectioneerden en propageerden? Wat waren zij, wat diegenen die na hen kwamen ook niet waren? Wat hadden zij wezenlijk, wat die anderen ook niet wezenlijk hadden? Met welk recht deden de eersten wat ze deden, wat niet ook de tweeden rechtmatig deden?
De openbare cultuur heeft zich in de loop van de tijd ontwikkeld. En waarschijnlijk is dat met de geheime cultuur net zo gegaan. De openbare cultuur zal verder evolueren, en de geheime cultuur kan niet achter blijven. De overgeleverde geheime cultuur echter, aangenomen dat ze bestaat, kan geen andere autoriteit dulden dan die welke wordt verstrekt door haar eerbiedwaardige leeftijd, d.w.z. geen andere dan alleen dat wat gegeven plaats en tijd een mens of een menselijke arbeid heeft nagestreefd te bezitten in relatie tot andere mensen: dat men goedgunstig aanneemt dat het onderricht verborgen wijsheid kan bezitten, dat men ernaar streeft die wijsheid te vinden, en dat men haar vreugdevol ontvangt nadat men haar heeft gevonden en in zijn geest en hart weggeborgen.
Dit traditioneel overgeleverd onderricht zou voor de ingewijden niets anders kunnen en moeten zijn, dan wat Homeros, Sofokles, Plato voor ons zijn in onze hoedanigheid van participanten aan de openbare cultuur. Het is billijk om trouw te bewaren wat overbleef van die openbare cultuur, het niet te vervalsen, en waar dat toch is gebeurd, het omwille van de eerbied voor de oudheid weer in zijn oorspronkelijke toestand te brengen. Het ware gepast dat men in alle onderricht daarvan zou uitgaan, om het als het ware tot de tekst van zijn culturele betrachting te maken, en om de eenheid in de opeenvolging van de overleveringen te behouden. Zo zou men het in dezelfde vorm aan het nageslacht kunnen doorgeven. Het is zonder meer noodzakelijk – elke andere verklaring is verkeerd – dat men het zou verklaren en toepassen, volgens de enig mogelijke doelstellingen van de geheimenissen, nl. dat hierdoor een zuivere en algemeen menselijke vorming zal worden beoogd.
Deze herhaalde reconstructie van de antieken, met de daaraan in elke nieuwe culturele tijdsperiode toegevoegde verklaring, maakt dat het geheel van het onderricht wordt vermeerderd en uitgebreid. Dat was het tweede deel van mijn stelling.
Gesteund op wat hij heeft, bouwt elke mens hierdoor uit wat de traditie als basis aanbracht: de ene met stevige bouwmaterialen, de andere met stro en leem (om een beeld van een heilige auteur te gebruiken). Ze moeten allebei de test van de tijd doorstaan. Zij moeten bewaard blijven voor de volgende (culturele) tijdsperiode, waarin zal worden beslist of de materialen iets bruikbaars hebben toegevoegd aan de oude schat, of, integendeel, dat zij moeten worden afgedaan als nutteloos.
Maar als dit zo absoluut wordt erkend als het doel van de vrijmetselarij – zoals jij mij een poos geleden hebt gevraagd –, hoe kan het dan dat, hier en daar, een vrijmetselaar het in die mate miskent dat hij enorm onbruikbare en volstrekt vreemdsoortige bijdragen levert tot de zaak. Het houdt zodanig verband met een andere klacht die ik herhaaldelijk, niet alleen van jou, heb opgevangen, dat men op beide hetzelfde antwoord kan geven. Ik bedoel de klacht over de beangstigende contradictie tussen het door de vrijmetselarij vooropgestelde ideaal en de alledaagse maçonnieke realiteit. Niet allen die deze naam dragen zijn zeker in de verste verte vrijmetselaars. Maar zij moeten het wel allemaal worden. Geen enkele van hen mag aan zijn lot worden overgelaten. Het genootschap zal de naam van maçonniek genootschap waardig blijven zolang dit geschiedt, en er naar dat ideaal wordt gestreefd, zelfs indien wij accepteren dat geen enkel lid het doel zou hebben bereikt, en we in rekening brengen dat tot op vandaag het reële doel van de existerende vrijmetselarij er in zou bestaan te zoeken naar haar doel.
Je hebt nu, Konstant, een scherp omlijnd, helder en verstandelijk begrip van de vrijmetselarij gekregen. Beproef het. Raadpleeg je verstand en je hart om uit te maken of het begrip het doel van de vrijmetselarij zou kunnen uitdrukken, en of je dat doel ook als het jouwe zou kunnen beschouwen. Dan zult je weten wat je te doen staat. – Laten wij, mocht de waarde van het doel worden bekrachtigd, niet alleen weten maar ook doen, en met des te meer ijver handelen hoe meer wij zouden ontdekken dat de werkelijkheid volgens ons zou achter blijven op het ideaal.
Hij die bij het ontdekken van de tekorten in de menselijke verhoudingen, van het nutteloze en van het funeste van het menselijk verderf, de moed laat zakken, zich terugtrekt, en gaat klagen over de slechte tijden, is geen man. Precies wanneer je in staat bent de menselijke tekorten te zien, ontdek je de heilige taak die erin bestaat ze te corrigeren. Mocht alles zijn wat het moet zijn, dan had men aan jou geen nood in deze wereld, en dan had je net zo goed in de schoot van het niets kunnen gebleven zijn. Verheug je er dus op dat nog niet alles is wat het moet zijn, dat er voor jou werk aan de winkel is, en dat je zo tot nut van iets zou kunnen zijn.
Het ga je goed.
De Duitse filosoof J. G. Herder, vrijmetselaar, over vrijmetselarij
Johann Gottfried Herder (1744-1803)
‘Een briefwisseling met broeders 1’ Uit: Brieven ter bevordering van de mensheid
Briefe zur Beforderung der Humanität (1793-1797). Uit: Schröder en Herder over vrijmetselarij. Een essay met vertalingen. Kvadrato uitgeverij, 2023 © vertaling Ronald Commers
Mijn Br, uw suggestie voor een briefwisseling over de voortgang en de achteruitgang van de humaniteit, in vroegere en nieuwere tijden, maar vooral in ons eigen tijdsgewricht, is door al onze vrienden met vreugde en instemming ontvangen en goedgekeurd. “Ik ben een mens,” zei D., “en niets wat des mensen is, is mij vreemd. Gedurende heel ons leven, van kindsbeen af, verfraaien wij ons bestaan met actieve bedrijvigheid, met wetenschappelijke kennis, met ontspannend tijdverdrijf en met kunsten. Wie zich met valse pluimen en valse edelstenen heeft opgesmukt, is ongelukkig. Wie zich tooit met de waarheid en zich verheugt in de bron van een participerend gevoel in het hart, die is gelukkig en wel driewerf gelukkig. Zo’n mens voelt zich opgemonterd terwijl anderen, mensen rondom hem, emmeren en zeuren. Hijzelf voelt zich gesterkt door het algemeen welzijn en de voortgang van de mensheid. Breder van inborst, vrijer en omvattender zijn bestaan.”
“Zijn bestaan omvattender en vrijer,” viel L. hem in de rede, “want wanneer hij zich vermeerderd voelt door de lopende alledaagse gang van zaken, ademt hij zuiverder. Hij vergeet de terneerdrukkende kommer, die hier en daar zijn hart bezwaarde, opgehouden in de stroom van de tijd, menend dat hij in een moeras was weggezonken. De tijd stroomt zonder onderbreking, nu eens zachtjesaan, dan weer heftig en snel. Zwaar voelt hij alom de adem van het leven.”
“Als wij ons verplaatsen in het denken en het handelen van andere, grotere mensen,” zei B., “participeren wij aan hun geest. Wij denken met hen, zelfs wanneer wij niet met hen kunnen arbeiden. Wij verheugen ons in hun bestaan. Hoe zuiverder de gedachten van mensen zijn, hoe meer zij met elkaar overeenkomen. Eén is doorheen alle tijden en in alle landen de waarachtige onzichtbare kerk.”
“Mijn vrienden, in die kerk willen wij zuiver binnentreden,” voegde A toe, “met onverdeeld hart, met zuivere handen. Onze ogen zullen niet door partijdigheid beneveld zijn. Ons gelaat zal niet door vleierij bezoedeld zijn. Onder ons zijn er, zoals de Apostel zei, Joden noch Grieken, knechten noch meesters, mannen noch vrouwen (sic!); wij zijn uit één stuk. Voor zover wij werken aan onszelf en niet aan de wereld, ontwijken wij alle ijdele overwegingen; waarom zouden wij huichelen? Het zou niet de moeite lonen de veer (pen) te hanteren, mochten wij het vervolgens alleen maar lezen.”
“Lezen!” zeiden zij in koor, waarna ieder in detail ging uitweiden over wat hij hier of daar had gelezen. Zij waren het er allen over eens dat het ter zalving van hun ziel zou zijn, konden zij zich door gedetailleerd en veelvuldig lezen in zichzelf keren, en zich rekenschap geven over wat ze hadden gehoord, gelezen of gezien, hetzij door een gelofte of voor een heilige rechtbank.
“Rekenschap willen wij ook elkaar geven,” voegde ik toe, en zo werd een Humaniteitsbond gesloten, misschien waarachtiger, in elk geval minder pretentieus en bescheidener dan welk ander gesloten genootschap ooit. Begin eraan, mijn vriend. Onze vrienden weten hoe verspreid zij zijn. Allen zijn zij bereid. Zij wachten op uw proclamatie.
De 'Maçonnieke bibliotheek'
Voor de leden is het Archief en de Bibliotheek toegankelijk (zie onder 'Leden')
'Weetjes'
Sinds 2023 bestaat in Antwerpen ook de Loge De Gulden Passer, aangesloten bij de overkoepelende organisatie Lithos Confederatie van Loges. Een deel van de leden van onze werkplaats besloot dat jaar tot de afsplitsing van De Gulden Passer Grootloge van België, en tot de oprichting van een nieuwe loge. Hun doel was om hun maçonnieke werkzaamheden op een andere manier aan te pakken.
Zo blijkt, precies zoals het al sinds de vroege 18de eeuw het geval was, dat vrijmetselarij zich ontwikkelt in verscheidenheid.
Variety is the spice of life that gives it all its flavour, naar de uitspraak van de Engelse dichter William Cowper (1731-1800, The Task, Timepiece, II, 1785, lijnen 606-607).
In hetzelfde gedicht deel I leest men: De aarde is zo gedifferentieerd gemaakt, opdat de geest van de weifelende mens, die van verandering zijn studie maakt en zich verheugt over al wat nieuw is, er zijn gading in vindt.
En wie zou vergeten dat eveneens in 1785 Friedrich Schiller de eerste versie schreef van zijn Ode aan de Vreugde, waar in de eerste strofe de beroemde woorden klinken: Deine Zauber binden wieder/Was die Mode streng geteilt/Alle Menschen werden Brüder/Wo dein sanfter Flügel weilt.
Iets over de illustraties in onze website.
Van de hand van Jan Luyken zijn: de verwelkoming van het zonlicht, de aanschouwing van het door de maan gereflecteerde zonlicht tegen de achtergrond van de sterrenhemel, en de blik op de wijde natuur.Telkens met de zich verwonderende mens als dienstmeid gekleed, op de rug bekeken.
Onze tempelsymboliek is er in weergegeven: zon, maan, sterrenhemel, de ganse aarde.
Jan Luyken (Amsterdam 1649-aldaar 1712) was de doopsgezinde dichter, schilder en etser, geboren in een familie van collegianten. Hij heeft in de Nederlandse literatuur bekendheid met zijn boeken, Spiegel van het Menselyk Bedryf (1694), De Bijekorf des Gemoeds (1711), en Voncken der liefde Jesu (1687). Dit laatste werk, waarin de voormelde prachtige etsen te vinden zijn, kan men raadplegen in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL).
Verder is er het schilderij van Adriaen Brouwer (1604-1638), ‘De rokers’ (1636).
En van de Hongaarse schilder, Pál Szinyei Merse (1845-1920), de schilderijen (1882): ‘De leeuwerik’ en ‘De luchtballon’.

Lectuur algemeen
Kappen aan de ruwe steen. De vrijmetselarij als spiegel van de maatschappij
Author(s): Pinxten, Rik; Swings Jean --[Red]
ISBN: 9789057186318
Published by: ASP, , 424p. ill.
Copyright year: 2017
Hoe ruw is de steen? Anatomie van de vrijmetselarij in Vlaanderen
Author(s): Hecke Rudolf;
ISBN: 9789464984040
Published by: Ertsberg, 280p
Copyright year: 2024
Vrijmetselarij: Een wijsgerige benadering
Author(s): Apostel, Leo;
ISBN: 9789057189791
Published by: Academic Scientific Publihing, 276p
Copyright year: 2020
Filosofie van de vrijmetselarij. Brieven aan Konstant
Auteur Johann Gottlied Fichte
ISBN 9789083501062
Author(s): Commers Ronald; Fichte, Johann Gottlieb--(1762-1814)
Published by: Kvadrato 2025, 112p., ill.
Schröder en Herder over vrijmetselarij Een essay met vertalingen
Author(s): Commers Ronald;
ISBN: 9789464774627
Published by: kvadrato, 176p
Copyright year: 2023
De legende 1717. Vrijmetselarij. 300 jaar droom en daad
Author(s): Commers, Ronald;
ISBN: 9789044135374
Published by: Garant, 156p
Copyright year: 2017
Sur la voie de l'Universalité. Mémoire à l'occasion du cinqueantenaire de L'Universala Framasona Ligo. 1905-1955
Auteur: Jan C. W. Onderdenwijngaard
Paris, Editions Jean Vitiano, 123 p.
Vrijmetselarij 1723 & 2023. Veelsoortige afkomst, onzekere bestemming
Auteur: Ronald Commers
ISBN 9789464667714
Kvadrato, 2023, 304 p.
De Geest van Vrijmetselarij. Een levensbeschouwelijke analyse
Auteur: Johan Temmerman
ISBN 97894646667790
Kvadrato, 2023, 393 p.
De Vrijmetselarij ontleed
Auteur: Jb. Zeijlemaker Jnz.
Uitgave vand e Stichting Fama Fraternitatis, 1972, 312 p.
Vrouwen over vrijmetselarij
Karen Benchetrit & Carina Louart.
La franc-maçonnerie au féminin.
Editions Prisma
Gisèle Hivert-Messeca &Yves Hivert-Messeca.
Femmes et franc-maçonnerie: trois siècles de franc-maçonnerie feminine et mixte en France (de 1740 à nos jours).
Dervy, 2015
Irène Manguy.
Franc-Maçons et Franc-Maçonnes. Dont le genie a éclairé le monde. Editions Dervy.
Collectif (reeks La pensée et les hommes).
Les femmes et la franc-maçonnerie. Des Lumières à nos jours. XVIIIième et XIXième siècles. Maison Gailée (Maison de la Laïcité, Genappe, Belgique) (intro-artikel is van Cécile Révauger)
Cécile Révauger
La longue marche des franc-maçonnes: France, Grande-Bretagne, Etats-Unis. Paris,
Dervy, 2028
Madeleine Pelletier
L'Idéal Maçonique. Extrait de l'Acacia, Revue d'Etudes maçonniques de Mars,
Paris, 1906 (consulteren op :)
https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k80111j/f8.item.r=L'idéal+maçonnique++S+@+Dr+Madeleine+Pelletier.langFR
